Skip to content

Is de aanbestedingspraktijk eigenlijk wel gebaat bij aanvullende rechtsbescherming?

Op 15 juli 2019 heeft staatssecretaris Keijzer (EZK) de resultaten van het door KWINK groep uitgevoerde onderzoek naar de rechtsbescherming bij aanbesteden naar de Tweede Kamer gezonden. In haar brief formuleert de staatssecretaris tevens haar beleidsconclusies en voorgenomen maatregelen.

De conclusies van de staatssecretaris en haar voorgenomen beleidsmaatregelen sluiten grotendeels aan bij het uitgebreide artikel dat mijn collega Georg Huith en ik onlangs schreven over de vraag of de rechtsbescherming bij aanbestedingen tekortschiet en of de aanbestedingspraktijk wel gebaat is bij aanvullende rechtsbescherming. Ons artikel zal worden gepubliceerd in het augustusnummer van het Tijdschrift voor Bouwrecht van het IBR.

Uit het onderzoek van KWINK groep volgt allereerst dat ondernemers een stuk minder positief zijn over de rechtsbescherming bij aanbestedingen dan aanbestedende diensten. Daarnaast geeft het onderzoek naar de rechtsbescherming bij aanbesteden inzicht in een viertal concrete problemen:

  1. Het “wij/zij-denken” door aanbestedende diensten en ondernemers;
  2. Een geringe impact van de klachtenafhandeling door de interne klachtenloketten van aanbestedende diensten en de Commissie van Aanbestedingsexperts;
  3. Een disbalans in de toepassing van Grossmann-clausules; en
  4. De beperkte mogelijkheden voor ondernemers in hoger beroep.

Mede gelet op deze vier problemen, zal de staatssecretaris zes beleidsmaatregelen treffen, die als volgt kunnen worden samengevat:

  1. Een verdere professionalisering van de aanbestedingspraktijk;
  2. Een onderzoek naar het instellen van klachtenregelingen bij aanbestedende diensten verplicht kan worden gesteld;
  3. Het mogelijk maken van het aantasten van een reeds gesloten overeenkomst in hoger beroep bij ‘grove schendingen’ van het aanbestedingsrecht in de Aanbestedingswet 2012;
  4. Het beperken van de rol van de Commissie van Aanbestedingsrecht tot het evalueren van aanbestedingen, met als doel de evaluaties te laten gelden als concreet bruikbare adviezen voor toekomstige casussen (geen bindende adviezen!);
  5. Het inperken van te strikte formuleringen van rechtsverwerkingsclausules die leiden tot rechtsverwerking in situaties waarin dat niet redelijk is in de Gids Proportionaliteit; en
  6. Het verkennen van de mogelijkheden van verbetering in de procedure bij de rechter, eventueel met toepassing van de toekomstige Experimentenwet rechtspleging, bijvoorbeeld een ruimere toetsing door rechters of het opvoeren van bedrijfsvertrouwelijke informatie in de procedure.

Uit de kamerbrief kan worden afgeleid dat de staatssecretaris met deze beleidsmaatregelen streeft naar een situatie waarin er evenwicht bestaat tussen enerzijds het recht van een individuele belanghebbende om een kans te behouden op gunning van een opdracht, en anderzijds het maatschappelijke belang bij een spoedige definitieve opdrachtverlening en het belang van de partij aan wie een opdracht is gegund op vertrouwelijkheid en rechtszekerheid.

Klik hier voor het rapport van het onderzoek naar de rechtsbescherming bij aanbesteden en de beleidsconclusies van de staatssecretaris.

Vragen naar aanleiding van dit artikel? Neem contact op met mr. Sanne Groenwold.

Scroll To Top